De meeste problemen bij 3D-printing beginnen niet aan de printer maar in het bestand: verkeerde eenheden, gaten in het oppervlak, wanden die te dun zijn of onderdelen die zonder speling op elkaar getekend zijn. Met een paar controles voorkom je dat je onderdeel te klein, te zwak of onbruikbaar uit de printer komt.
STEP of STL? De formaten vergeleken
| Formaat | Wat het bevat | Sterk punt | Kies het als |
|---|---|---|---|
| STEP (.step, .stp) | Exacte wiskundige vlakken en eenheden | Ronde vormen blijven echt rond | je ook CNC-bewerking of vacuümgieten nodig hebt, of het model nog aangepast moet worden |
| STL (.stl) | Een net van driehoekjes, zonder eenheden of kleur | Universeel: elke 3D-printsoftware leest het | je enkel 3D-print en het model af is |
| 3MF (.3mf) | Een net plus eenheden, kleur en meerdere onderdelen | Moderne opvolger van STL, minder misverstanden over eenheden | je software het ondersteunt; vraag even na of je het kunt uploaden |
| OBJ (.obj) | Een net, eventueel met textuur en kleur | Gangbaar bij 3D-scans en ontwerp- of animatiesoftware | je model uit een scan of een niet-technisch programma komt |
Kort: STEP is de veiligste keuze als je model uit een CAD-programma komt. STL is prima voor 3D-printing, op voorwaarde dat je goed exporteert. In Quotebase kun je STL, STEP en OBJ uploaden.
Exportinstellingen voor STL
Eenheden: altijd millimeter
Een STL-bestand bevat geen eenheden, alleen getallen. Teken en exporteer daarom in millimeter. Exporteer je in inch of meter, dan komt een onderdeel 25,4 keer te klein of 1000 keer te groot binnen. Controleer na het uploaden of de afmetingen kloppen.
Resolutie: niet te grof, niet te fijn
Bij het exporteren zet je software ronde vlakken om in driehoekjes. Te grof en je ziet facetten op cilinders en bollen. Te fijn en het bestand wordt onnodig zwaar, zonder dat de print beter wordt. Typische instellingen in de meeste CAD-programma's:
- Koordafwijking (chordal deviation) ongeveer 0,01 tot 0,05 mm.
- Hoekafwijking ongeveer 5 tot 15 graden.
- Binair STL in plaats van ASCII: hetzelfde model, een veel kleiner bestand.
- Kies in je software 'fijn' of 'hoog' als er geen getallen te kiezen zijn.
Een waterdicht model
Een printbaar model is 'waterdicht' (manifold): het oppervlak is volledig gesloten, zodat de software weet wat binnen en wat buiten is. Bij modellen uit een CAD-programma is dat meestal in orde. Bij scans, sculpts of modellen die uit losse vlakken zijn opgebouwd, gaat het vaker mis.
- Gaten in het oppervlak of ontbrekende driehoeken.
- Omgekeerde normalen: vlakken die naar binnen wijzen in plaats van naar buiten.
- Overlappende of in elkaar stekende lichamen die niet samengevoegd zijn.
- Vlakken zonder dikte, zoals een losse plaat zonder wanddikte.
Gratis programma's zoals Microsoft 3D Builder, PrusaSlicer of Meshmixer sporen zulke fouten op en herstellen ze vaak automatisch.
Minimale wanddiktes en details per techniek
Hoe dun een wand of hoe klein een detail kan, hangt af van de techniek, het materiaal en de grootte van het onderdeel. De waarden hieronder zijn typische richtwaarden uit de praktijk, geen garanties. Grote, vlakke wanden mogen dikker; een kleine rib kan soms dunner.
| Techniek | Wanddikte (typisch) | Kleinste detail (typisch) | Kleinste gat (typisch) |
|---|---|---|---|
| FDM | 1,2-2 mm | 0,5-1 mm | 2 mm |
| SLA | 0,6-1 mm | 0,2-0,3 mm | 0,5-1 mm |
| SLS en MJF | 1-1,5 mm | 0,5 mm | 1-1,5 mm |
Twijfel je of een dunne wand of fijn detail lukt? Upload het bestand in Quotebase, of stuur ons een mail met de kritische zones.
Foto: Nicole W, CC BY-SA 4.0Hol maken en afvoergaten
Een massief model verbruikt veel materiaal. Omdat de prijs bij 3D-printing per cm³ wordt berekend, loont het om grote, massieve onderdelen hol te maken met een vaste wanddikte. Zo daalt het volume en meestal ook de prijs.
- Bij SLA blijft er vloeibare hars in een holte zitten. Voorzie minstens twee afvoergaten, typisch enkele millimeters groot, liefst onderaan en tegenover elkaar.
- Bij SLS en MJF blijft er los poeder in de holte. Voorzie minstens twee gaten die groot genoeg zijn om het poeder eruit te blazen, typisch groter dan bij SLA.
- Bij FDM is hol maken niet nodig: de printsoftware vult het binnenwerk al met een raster (infill).
Assemblages en spelingen
Onderdelen die in elkaar moeten passen, mag je niet op exacte nulmaat tekenen: elke techniek heeft een kleine maatafwijking. Voorzie daarom speling tussen de delen. Typische richtwaarden per kant:
- Strakke passing (klemmen): typisch 0,1-0,2 mm.
- Schuivende of draaiende passing: typisch 0,2-0,4 mm, bij FDM eerder 0,3-0,5 mm.
- In één stuk geprinte scharnieren en bewegende delen (SLS of MJF): typisch minstens 0,5 mm, zodat het poeder ertussenuit kan.
Upload elk onderdeel van een assemblage als een apart bestand, tenzij het bewust als één geheel geprint moet worden. Zo krijg je per onderdeel een prijs en kun je aantallen apart kiezen.
Checklist voor je uploadt
- Getekend en geëxporteerd in millimeter; afmetingen gecontroleerd.
- STEP waar mogelijk, anders een binair STL met fijne resolutie.
- Model is waterdicht: geen gaten, omgekeerde normalen of losse vlakken.
- Wanden en details halen de typische minimumwaarden van de gekozen techniek.
- Grote massieve delen zijn hol gemaakt, met afvoergaten bij SLA, SLS en MJF.
- Passende delen hebben speling en staan elk in een eigen bestand.
- Het onderdeel past in het bouwvolume. SLA gaat bij ons tot 780 × 780 × 530 mm.