Het verschil in één zin
Bij 3D-printen betaal je per stuk en heb je geen opstartkosten. Bij spuitgieten betaal je eerst een matrijs en daarna een lage prijs per stuk. Alles in dit artikel volgt uit die twee kostenstructuren.
Kostenstructuur van 3D-printen
Een 3D-printer bouwt elk onderdeel rechtstreeks op uit je CAD-bestand. Er is geen gereedschap, dus het eerste stuk kost ongeveer evenveel als het honderdste. De prijs hangt vooral af van het volume van het onderdeel en het materiaal.
Voor functionele kunststof onderdelen in serie is MJF vaak de logische techniek. Bij Makernaut start MJF vanaf €0,45/cm³, en PA12 Grey MJF vanaf €0,52/cm³, excl. btw.
Rekenvoorbeeld: een behuizing in PA12
Een kleine behuizing heeft een volume van 30 cm³. In PA12 Grey MJF is dat 30 cm³ × €0,52/cm³ = vanaf €15,60 per stuk, excl. btw en excl. nabewerking. Voor 50 stuks kom je zo op vanaf €780,00, zonder matrijs en zonder opstartkosten.
Volume × materiaalprijs is een vertrekpunt. Je echte prijs, met eventuele nabewerking, zie je in Quotebase.
Kostenstructuur van spuitgieten
Bij spuitgieten wordt gesmolten kunststof onder hoge druk in een metalen matrijs gespoten. Die matrijs is een eenmalige investering, en ze is maatwerk voor jouw onderdeel. Eenmaal klaar, maakt de machine onderdelen in een hoog tempo, tegen een lage prijs per stuk.
Wat de matrijs kost, hangt af van:
- de grootte en complexiteit van het onderdeel, met ondersnijdingen die schuiven of kernen vragen;
- het aantal holtes: meer stuks per cyclus betekent een duurdere matrijs maar een lagere stukprijs;
- het matrijsmateriaal: aluminium voor kleine series, voorgehard staal voor middelgrote en gehard staal voor grote series;
- de oppervlakte-eisen, zoals hoogglans of een textuur.
Bedragen geven we hier bewust niet: een matrijs is altijd maatwerk. Via de ISO 9001-gecertificeerde partners van Makernaut krijg je een offerte op maat binnen één werkdag.
Het break-evenpunt berekenen
Het omslagpunt is de oplage waarbij beide technieken evenveel kosten. Daaronder is 3D-printen voordeliger, daarboven spuitgieten. Je berekent het zo:
Break-even oplage = matrijskosten ÷ (prijs per geprint stuk − prijs per spuitgegoten stuk)
Een voorbeeld van de redenering: stel dat een geprint stuk een bepaald bedrag meer kost dan een spuitgegoten stuk. Elk stuk dat je spuitgiet in plaats van print, 'verdient' dat verschil terug. Zodra die besparing optelt tot de prijs van de matrijs, ben je aan het omslagpunt.
Daaruit volgen drie praktische lessen:
- Kleine onderdelen schuiven het omslagpunt omhoog: een klein volume is goedkoop om te printen, dus het verschil per stuk is klein.
- Complexe vormen schuiven het ook omhoog: ze maken de matrijs duurder, terwijl een printer zich niets aantrekt van ondersnijdingen.
- Grote, eenvoudige onderdelen trekken het omlaag: veel volume maakt elke print duur, en een eenvoudige matrijs is relatief betaalbaar.
Meer dan alleen de prijs
| Criterium | 3D-printen | Spuitgieten |
|---|---|---|
| Opstartkosten | Geen | Matrijs |
| Prijs per stuk | Hoger, vrijwel constant | Laag, daalt met de oplage |
| Ontwerp aanpassen | Nieuw bestand uploaden | Matrijs aanpassen of opnieuw maken |
| Vormvrijheid | Zeer groot, ook interne kanalen | Lossingshoeken en gelijkmatige wanden nodig |
| Materialen | PA12, harsen, TPU en meer | Breed gamma: ABS, PC, PP, POM, PA en meer |
| Oppervlak | Afhankelijk van de techniek, vaak met nabewerking | Zoals de matrijs: glad of getextureerd |
Een ontwerp dat voor 3D-printen bedoeld is, kun je niet altijd zonder aanpassingen spuitgieten. Plan je later de overstap, ontwerp dan al met lossingshoeken en gelijkmatige wanddiktes.
Brugoplossingen tussen printen en spuitgieten
Tussen het eerste prototype en een volle spuitgietproductie liggen vaak maanden van testen, bijsturen en eerste verkoop. Twee technieken vullen die fase op.
MJF-series
MJF maakt sterke, functionele onderdelen in PA12 zonder matrijs. Omdat er veel stuks tegelijk in één bouwvolume passen, is het geschikt voor series. Je kunt tussen twee batches je ontwerp aanpassen zonder extra kosten voor gereedschap.
Vacuümgieten
Vacuümgieten gebruikt een siliconen mal rond een geprinte master. De PU-onderdelen hebben het uitzicht van een spuitgietdeel, ook in transparant of rubberachtig. Het loont typisch voor kleine series; één mal gaat typisch 20 à 25 afgietsels mee.
Kies zo
- Kies 3D-printen als je ontwerp nog verandert, je oplage klein is of je vorm moeilijk te spuitgieten is.
- Kies MJF-series voor functionele PA12-onderdelen in serie, zonder matrijs.
- Kies vacuümgieten voor een kleine serie die eruit moet zien als een spuitgietdeel.
- Kies spuitgieten als je ontwerp vastligt en je oplage voorbij het omslagpunt ligt.
Twijfel je? Vraag zowel een printprijs als een offerte voor spuitgieten aan. Met die twee cijfers vul je de formule hierboven in en zie je meteen waar je oplage ligt.